Nieuws

Let op boterzuur in voorjaarskuilen van ‘21
Let op boterzuur in voorjaarskuilen van ‘21
13 juli 2021

Door het uitzonderlijke voorjaarsweer is de kans groter dat de graskuilen sporen van boterzuurbacteriën bevatten. Deze vormen een risico voor de melkkwaliteit en kunnen melkveehouders daardoor opzadelen met een pittige schadepost. Twijfel je aan de kuil? Met een gerichte, betrouwbare boterzuuranalyse weet je waar je aan toe bent. 

Boterzuurbacteriën (Clostridium tyrobutyricum en C. butyricum) komen van nature voor in de grond en verspreiden zich via sporen. Deze sporen kunnen in voer, mest en ook in melk terechtkomen. De bacteriën zetten suikers om in boterzuur. Een aangetaste gras- of maiskuil heeft een kenmerkende, doordringende geur. In de zuivel is boterzuur met name in de kaasbereiding zeer schadelijk. De zuivelindustrie controleert daarom de melk op boterzuursporen, en past een korting op het melkgeld toe bij overschrijding van de norm.

In een goed geconserveerde gras- of maiskuil krijgen de kiemen weinig kans om zich te ontwikkelen. Dit voorjaar waren de omstandigheden voor het inkuilen echter niet optimaal, met name door het koude weer en plaatselijk voorkomende forse regenbuien. Vooral in ruwvoer dat onder natte omstandigheden is ingekuild kan de conservering tegenvallen.

Ruwvoeranalyse
Je kunt het boterzuur-risico goed inschatten met de gegevens van het reguliere kuilonderzoek. Een laag aandeel droge stof (minder dan 35%) of veel ruw eiwit zijn nadelen voor een goede conservering. Verder herken je een minder geslaagde kuil aan een verhoogde ammoniakfractie in de uitslag van de ruwvoeranalyse. Ook is veel (>125 g/kg) ruw as een risicofactor. Ruw as is vooral grond en gronddeeltjes kunnen veel boterzuursporen bevatten.

Betrouwbare analyse boterzuur
Voor meer duidelijkheid kun je tegelijk met de reguliere kuilanalyse een extra onderzoek naar ‘Anaerobe sporevormers’ aanvragen. Bij Dumea Agro Advies werken we met een zeer betrouwbare methode, die ook wordt gebruikt in de zuivelindustrie. Deze meting stelt het aantal sporen vast. Daarmee onderscheidt deze zich van veelgebruikte analyses in ruwvoer,. die zijn gebaseerd op schattingen. 

Het rapport geeft een resultaat (aantal kiemvormende eenheden per gram) en een beoordeling. Dat wordt gekoppeld aan een partij-specifiek advies, dat mede afhankelijk is van de overige kwaliteitskenmerken van de kuil.

Boterzuuronderzoek na openen kuil
Ook in een later stadium kan een extra boterzuuronderzoek van je ruwvoer nuttig zijn. Bijvoorbeeld als je na het openen van de kuil twijfelt aan de kwaliteit. Broei en schimmel gaan bij de hierboven genoemde risicokuilen vaak gepaard met boterzuurvorming. De analyse wordt ook gebruikt op bedrijven die zijn geconfronteerd met een boterzuurprobleem in de melk. De test kan uitwijzen welke partij voer de oorzaak is. 

Informatie en bestellen
Je kunt eenvoudig zelf een monster nemen en opsturen. Voor informatie hierover en het aanvragen kun je contact opnemen met een van onze medewerkers via 0541 – 200 100 of via info@dumea-agroadvies.nl

 

Nieuws